Home
Het Rijk
Uitleg Archieven
Bronnen
ORA
RvN 1653-1672
Beuningen 1682-1693
Beuningen 1693-1704
Beuningen 1704-1709
Beuningen 1709-1722
Beuningen 1754-1767
Ewijk 1639-1690
Ewijk 1709-1722
Ewijk 1754-1768
Ewijk 1768-1782
Niftrik 1645 - 1693
Niftrik 1706 - 1709
Niftrik 1709 - 1722
Niftrik 1722 - 1737
Ooij 1651-1693
Weurt 1655-1693
Weurt 1693-1703
Weurt 1709-1722
Weurt 1722-1738
Weurt 1754-1788
Wijchen 1646-1693
Winssen 1693-1703
Winssen 1704-1708
Winssen 1709-1722
Winssen 1777-1791
DTB
Naamlijsten
U zoekt
Contact

Protocolleren

De landschrijver, die woonde bij de burcht te Nijmegen, zorgde voor inschrijvingen in de protocollenboeken, sinds het begin van de 17e eeuw een vereiste voor rechtsgeldigheid van de akte. Uiteraard waren daar kosten aan verbonden, volgens het landrecht 12 stuivers. Bovendien moest er een soort overdrachtsbelasting betaald worden: de 40e penning 2,5% dus.

Hoe kwamen nu die aktes in de protocollen? Volgens het oude landrecht was voor de rechtsgeldigheid voldoende dat 2 geerfden uit het Rijk getuige waren. Dat noemde men de erfpachters. Er werd een akte of een kladje gemaakt, waarna de informatie naar de secretarie werd gebracht en ingeschreven.

Omdat inschrijving een vereiste was, maakte men eigentijdse indexen, zodat de aktes teruggevonden konden worden. Werd er in latere tijd bijvoorbeeld een obligatie gelost, dan werd dat in de marge naast de oorspronkelijke inschrijving gezet.

Die indexen waren onvolledig, een geoefend landschrijver had blijkbaar aan 1 partij genoeg, vaak de aanlegger. Van een groot aantal aktes werd helemaal geen 'trefwoord' genoteerd.

Van deze eigentijdse indexen vind u er een aantal in de volgende pagina's. Beschouw het als een vertrekpunt, indexen kunnen uiteraard nooit de orignelen vervangen.

Het gereformeerde landrecht van het Rijk van Nijmegen van 1686 omschrijft de verplichting aldus:

De Opdrachten, Hypotheecken ende Verbintenissen van ongerede Goederen, konnen bestendelijck gedaen worden voor den Rechter ende twee Schepenen of gerichts-luyden, ende daer-en-boven noch in't Rijck van Nymegen, in den Ampte van tusschen Maes ende Wael, van Over- ende Neder-Betuwe voor twee Erf-Pachteren of twee Getuygen, ge-erft in den Ampte daer de Goederen gelegen zijn.

Meer weten of meedoen? Kijk op de contact-pagina!