Home
Het Rijk
Uitleg Archieven
Bronnen
U zoekt
Contact

Oudste Geschiedenis van het Rijk.

Volgens van Schevichaven werd er in de 8e eeuw een Keizerlijke burcht gebouwd in Nijmegen, waarbij een uitgebreid grondgebied behoorde, waaruit men de nodige inkomsten verkreeg. Volgens hem is dat gebied de oorsprong van het latere Rijk van Nijmegen.

In de 13e eeuw kwamen burcht en het Rijk door verpanding in handen van Otto, graaf van Gelre. Hoewel niet expliciet toen sprake was van het Rijk van Nijmegen, is er wel een koopbrief uit 1262 waarin sprake is van de Rijkse Wetering bij Nijmegen en Weurt. In 1316 is dan voor het eerst ontegenzeggelijk sprake van het Rijk van Nijmegen.

De oudste opsomming van dorpen in het Rijk vinden we uit een rekening van 1397: Groesbeeck, Nyfteric, Wychen, Oy, Winssen, Ewyck, Bonyngen ende Wuerde.

Het Rijk was 'Rijks-Onmiddelbaar' dat wil zeggen: Rijksgebied. De graaf van Gelre had het gebied in pand, niet in eigendom. Het gevolg was dat niet de graven de rechter benoemden in het Rijk, maar dat de burggraaf optrad als rechter. De burggraaf was bovendien de belangrijkste bestuurder van het Rijk: de Dijkgraaf.

In het Rijk is vooral het kerspel Winssen opvallend. Het westelijk deel viel onder het graafschap, maar het oostelijk deel behoorde tot het Rijks-Onmiddelbare deel. Daarom onderscheidde men de ligging van het kerspel in een oorkonde uit 1361 als "in den rike ende in der graescap'. Later werden deze delen omschreven als Winssen-Ampts en Winssen-Rijks.

Landschap en cultuur.

Het landschap bestaat uit hoger gelegen stuwwallen met zandvlaktes, oeverwallen langs de rivieren en daartussen in komgronden met zware klei. Het Rijk ligt als het ware op een plateau, zodat het een natuurlijke afwatering heeft naar het lager gelegen land van Maas en Waal. Op het plateau was je veilig bij hoog water. Logisch dat die plekken al in vroeger tijden bewoond werden en daar wegen liepen. Een mooi voorbeeld is de Koningstraat, tussen Tiel en Nijmegen, gelegen op de oeverwallen ten zuiden van de Waal.

Alleen hoger gelegen bewoning is niet voldoende in de strijd tegen het water. Er kwamen dijken en die moesten worden onderhouden, bijvoorbeeld per eigenaar/pachter een stukje. Deed je dat niet naar wens, dan volgden er sancties die juist geen zoden aan de dijk zetten! Ondanks alle inspanningen was het water (geholpen door zijn bevroren toestand) toch vaak een te machtige vijand. De Ooijpolder werd getroffen in 1784, in februari 1799 brak de Waaldijk bij Weurt, evenals aan de Maas kant bij Niftrik. In 1805 bleef Weurt wederom niet gespaard. De gebeurtenissen van 1799 en 1805 zijn zelfs na te lezen in resp. het sterfboek van de RK parochie van Beuningen en in een enkele huwelijkse bijlage van dorpelingen uit Weurt die de ramp overleefden en jaren later trouwden, maar geen doopbewijs konden overleggen.

Het kruiende ijs is, bij tijd en wijle, een waar spektakel stuk geweest. De scheepvaart, o.a. in december 1946 ook nog als personen vervoermiddel gebruikt, heeft er vaak mee te maken gehad.

De geschiedenis van het Rijk mag dan vooral bestaan uit een constant gevecht tegen water (iedere generatie maakte wel 3 a 4 keer in zijn leven een grote overstroming mee), toch heeft water ook een positieve keerzijde, zeker in deze tijd. Je kunt schaatsen op de ondergelopen uiterwaarden of zwemmen in een wetering of wielen aan de dijken. Je zou maar wonen naast de Moespot bijvoorbeeld, dan wordt het wel een historische duik. Ook vonden velen via het water hun beroep, bijvoorbeeld dat van binnenschipper of veerman. Behalve hun beschermende werking bieden dijken ook een fraai uitzicht tijdens een mooie fietstocht. En om eerlijk te zijn: hoog water trok menig 'ramptoerist' al eens naar de kade in Nijmegen.

De hoger gelegen delen van het Rijk nodigen uit voor mooie wandeltochten door bossen of de Nijmeegse binnenstad. Echt fanatiek kun je worden als je met de fiets de 'bergen' bij Ubbergen trotseert of gaat trimmen rond de vennen in Heumen.